Portals
De vijf pijlers

De vijf uitgangspunten van daltononderwijs

Samenwerking

Onze school is een gemeenschap waarin we rekening met elkaar willen houden. Leerlingen leren – bijvoorbeeld tijdens reizen en projecten – oog te hebben voor elkaars en eigen kwaliteiten en zwaktes. Bovendien leren ze onderlinge verschillen te respecteren en waarderen. Dat vinden we belangrijk op de Dalton. Iedereen moet immers, vroeg of laat, met verschillende soorten mensen kunnen omgaan, leven en werken.

 

Zelfstandigheid

Ook zelfstandigheid hebben we hoog in het vaandel staan. Op het brugklaskamp in week 2 oefenen leerlingen al met het maken van een planning en de keuzes die daarmee gepaard gaan. Die zelfstandigheid bouwen we uit in de bovenbouw zodat leerlingen na het eindexamen moeiteloos kunnen instromen in het hoger onderwijs.

De vijf pijlers
De vijf uitgangspunten van daltononderwijs

Verantwoordelijkheid en vertrouwen

Dat we werken op basis van wederzijds vertrouwen is vanzelfsprekend. Leraren bieden een kader waarbinnen leerlingen hun eigen leerproces gedeeltelijk zelf kunnen vormgeven. Dat vraagt om leraren die kunnen loslaten en steeds meer verantwoordelijkheid leggen bij de leerlingen. De leerlingen nemen op hun beurt die verantwoordelijkheid en leggen verantwoording af, bijvoorbeeld aan hun leraren, medeleerlingen, ouders of zichzelf.

 

Effectiviteit

Veel leerlingen vinden de afwisseling tussen de ‘gewone’ lessen en daltonuren prettig. In de daltonuren kiezen leerlingen wat voor hen op dat moment het handigst is, bijvoorbeeld leren voor een proefwerk, vragen stellen aan een docent en zelfstandig of samen werken aan een taak. Soms staat je hoofd nu eenmaal meer naar maak- dan naar leerwerk. Ook in de lessen zorgen docenten voor verschillende werkvormen zodat je je aandacht erbij kunt houden en de lestijd goed kunt gebruiken.

De vijf pijlers
De vijf uitgangspunten van daltononderwijs

Reflectie

Nadenken over het eigen gedrag, het vermogen tot samenwerken, het leerproces of het gemaakte (proef)werk is belangrijk als je je wilt ontwikkelen. Je vergroot daarmee het inzicht in je eigen aanpak en kunt daar later je voordeel mee doen. Docenten vragen je dan ook regelmatig om terug te kijken, bijvoorbeeld na het maken van een proefwerk of verslag. Wat ging goed? Wat had je beter anders kunnen aanpakken? Welke voornemens vloeien daaruit voort? Wat heb je nodig om verder te kunnen?