Portals

Mirle Wittekoek wint de Jonge Campert-prijs

Op de slotdag van het 24e Winternachten internationaal literatuur festival Den Haag, zondag 20 januari 2019, heeft de burgemeester van Den Haag Pauline Krikke tijdens het Schrijversfeest in Theater aan het Spui de Constantijn Huygens-prijs uitgereikt aan Nelleke Noordervliet. De Jonge Campert-prijs voor de beste dichter-scholier ging naar de zestienjarige Mirle Wittekoek, leerlinge van het Dalton Den Haag.

Tijdens ‘Spot on Young Poets’, onderdeel van het Winternachten festival op vrijdag 18 en zaterdag 19 januari 2019, droegen leerlingen van Dalton Den Haag (Jeroen Kranenburg, Malou Weijermans, Mirle Wittekoek, Sylvie Stolk, Noemí Lorenzo, Janneke Curiston, Moghesa Stalenburg, Cathalijne Baijer en Jenno Boer), De Vrije School Den Haag, Edith Stein College, Christelijk College de Populier en ISW Hoogeland Naaldwijk eigen poëzie voor: het resultaat van dichtworkshops en dichtlessen gegeven aan ruim 300 leerlingen door Diann van Faassen en Harry Zevenbergen van het Haags Dichtersgilde.

Drie finalisten van Spot on Young Poets – Mirle Wittekoek (16 jaar, Dalton Den Haag), Julia Keukens (16 jaar, De Vrije School Den Haag) en Noemí Lorenzo (15 jaar, Dalton Den Haag) mochten tijdens het Schrijversfeest hun gedichten voordragen, evenals Sumai Yahya, de winnaar van vorig jaar. Mirle Wittekoek werd door het publiek als nieuwe winnaar gekozen en nam de oorkonde van de Jonge Campert-prijs 2019 in ontvangst. Ze schrijft over zichzelf: “Ik leef eigenlijk meer in de wereld in mijn hoofd dan in de wereld om mij heen. Als iemand me zoekt, dan ben ik buiten, bij dieren, op een concert, bij mijn vriendin, of aan het tekenen of schrijven. Mijn hart is groter dan mijn brein, en ik hou van poëzie.”

V.l.n.r. wethouder Robert van Asten, burgemeester Pauline Krikke, Jonge Campert-prijs winnaar 2019 Mirle Wittekoek, Constantijn Huygens-prijs winnaar 2018 Nelleke Noordervliet, J. Greshoff-prijs winnaar Marja Pruis, Aad Meinderts, voorzitter van de Jan Campert-Stichting, Jan Campert-prijs winnaar Annemarie Estor en F. Bordewijk-prijs winnaar Jan van Aken.
Foto Serge Ligtenberg

De geur van zware rook zwiert als wind door de straten
De dodelijke stoffen van gas en sigaretten zijn verslavend
Nee, de nicotine is niet altijd de reden
Sommigen zijn verslaafd aan de dood
Sommigen hebben al teveel geleden
En inhaleren niks meer dan bedorven hoop

En dan de pijnlijke behoefte de bijzonderste kleren aan te trekken
Begeren wij mooi te zijn of willen wij onszelf bedekken?
Is het misschien niks meer dan afleiding van onze huidskleur en de authentieke wij?
Af en toe is het moeilijk te leven in deze tijd

Want we bloeden tranen en huilen bloed
We strooien zout in onze wonden, maar we gaan nog goed

Maar ik zal het niet langer toestaan

Want als al het talent in mijn handen valt
Schilder ik het geluk tussen de grijze wolken
En teken ik de mooiste watervallen
Die langzaam over onze wangen rollen
Ja, als al het talent in mijn handen valt,
Schrijf ik gedichten over gelijkheid
En houw ik beelden van kleurloze mensen hand in hand
Want als al het talent in mijn handen valt,
Dan zal ik de wereld terzijde staan
En tot dan toe weiger ik te gaan

 

Mirle  Wittekoek