Portals
Over Dalton Den Haag

Informatie over onze school

Wie zijn we?

Op Dalton Den Haag kennen we elkaar. Dat klasgenoten elkaar kennen is vanzelfsprekend. Maar leerlingen uit verschillende klassen van de onderbouw en bovenbouw kennen elkaar ook. Door de daltonuren, het tutoraat en de leerlingmentoren ontmoeten leerlingen uit alle klassen elkaar. De onderlinge band tussen docenten en leerlingen is hecht, doordat de leraar niet alleen lesgeeft, maar ook begeleidt en helpt met taken en plannen. Daarnaast is Dalton Den Haag gewoon een goed georganiseerde school met heldere regels. Als je met duizend mensen in een school rondloopt, is dat belangrijk. Iedereen weet welke afspraken er gelden. Juist door dat persoonlijke contact en de geoliede organisatie kunnen we leerlingen meer vrijheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen geven. En dat motiveert, want als je verantwoordelijkheid krijgt, ben je ook geneigd die te nemen.

Wat we doen

Daltononderwijs is eigentijds onderwijs. Onderwijs van nu dat leerlingen voorbereidt op de veranderende toekomst Op een daltonschool zijn er vijf uitgangspunten, de pijlers. Verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, reflectie, effectiviteit en samenwerken. Maar wat bedoelen we ermee?

De vijf pijlers

Waarom doen we dit?

We willen natuurlijk het onderste uit ieders kan halen! Niet alleen op het gebied van leren, maar ook op sociaal, sportief, cultureel en persoonlijk gebied. Helen Parkhurst, die het daltononderwijs heeft uitgevonden, wilde dat kinderen “fearless human beings” werden. Dat vinden wij nog steeds een mooi streven. Kinderen zonder vrees, met ondernemingslust en nieuwsgierigheid. Daarom stimuleren we op onze school je onderzoekende houding op allerlei manieren, bijvoorbeeld door vragen te stellen in plaats van antwoorden te geven, door realistische opdrachten te maken of door leerlingen zelf met suggesties te laten komen over wat ze willen onderzoeken.

Over Dalton Den Haag

Hoe we het doen

Werkoverzichten en taken

Docenten maken werkoverzichten waarin zij de lesstof, het huiswerk en de taken voor een vak voor een bepaalde periode vermelden. Deze werkoverzichten bekijken leerlingen op de Elektronische Leeromgeving (ELO). Tijdens de daltonuren werken ze aan een taak. Dat kan van alles zijn. Docenten kiezen onderdelen die leerlingen zelfstandig kunnen doen uit het boek of ze ontwerpen een taak waarin de daltonvaardigheden centraal staan, zoals een meerweekse samenwerkingsopdracht bij geschiedenis of een practicum voor biologie. De taken zorgen ervoor dat leerlingen zelfstandig of samen kunnen werken, zelf kunnen plannen en in eigen tempo (vooruit) kunnen werken. Meestal controleren leerlingen hun taken gewoon zelf, bijvoorbeeld door middel van antwoordenboekjes. Voordat de docent de taak aftekent, controleert hij het werk of stelt hij een paar vragen om te achterhalen of de leerling de stof begrijpt. Hoe zelfstandiger je kunt werken, hoe meer vrijheid je krijgt.

 

Daltonuren en digitale planning

Tijdens een daltonuur kunnen leerlingen werken aan de taken. Er wordt geen les gegeven, maar er is wel in ieder lokaal een docent aanwezig om te begeleiden, vragen te beantwoorden of taken te controleren. Leerlingen maken vooraf een planning wat betekent dat ze ieder daltonuur bewust kiezen voor een bepaalde docent en werkplek, bijvoorbeeld omdat ze vragen over het vak hebben of de werksfeer in het lokaal past bij het soort werk. De leerlingen kunnen tijdens een daltonuur werken in een lokaal, in de studieruimtes of in de nissen op de gang. Vaak kunnen ze samenwerken met klasgenoten. Lukt het even niet en de docent is bezig met andere leerlingen, dan kunnen leerlingen terecht bij oudere leerlingen in het lokaal.

 

Steeds zelfstandiger

De overstap van de onderbouw naar de bovenbouw kenmerkt zich onder andere door een oplopende zelfstandigheid. Dat moet ook wel, als voorbereiding op een HBO-opleiding of universitaire studie. Je zou kunnen zeggen dat er ook meer verdieping is: vakken zijn gericht op inzicht en toepassing (met kennis als basis) en het nadenken over maatschappelijke kwesties. Leerlingen geven elkaar feedback en leren te vertrouwen op hun eigen beoordelingsvermogen. Zo zitten leerlingen voor het vak Nederlands in een leeskring waarin ze deelnemen aan intervisie over de door hen uitgekozen boeken. Bij de exacte vakken moeten veel practica gezamenlijk worden voorbereid, uitgevoerd en soms gepresenteerd.